|

Arbitragebeding doet niet af aan bevoegdheid Ondernemingskamer

Op 18 oktober 2012 maakte de Ondernemingskamer een voorlopig einde aan de in de literatuur gevoerde discussie of het enquêterecht tot de exclusieve bevoegdheid van de overheidsrechter behoort, of dat het partijen vrij staat om overeen te komen dat  ondernemingsrechtelijke geschillen (waaronder het enquêterecht) exclusief in arbitrage worden beslecht. In de procedure – waarbij Flip Wijers en Martijn van Dam optraden voor ErasmusMC – volgde de Ondernemingskamer het standpunt van ErasmusMC en bepaalde dat van de wettelijke regeling van het enquêterecht kan niet worden afgeweken.

“De door die wettelijke regeling aan de Ondernemingskamer toegekende bevoegdheden kunnen door de rechtspersoon en degenen die deel uitmaken van haar organen niet worden opgedragen aan een arbiter omdat de artikelen 2:344-359 BW voorzien in een bijzondere rechtsgang (met een in beginsel ruime kring belanghebbenden) en die rechtsgang kan leiden tot rechtstreeks ingrijpen in de vennootschappelijke orde, zowel door het treffen van onmiddellijke voorzieningen als bedoeld in artikel 2:349a BW, als – na deponering van het onderzoeksverslag – door het treffen van de in artikel 2:356 BW genoemde voorzieningen, onder welke, wat de laatstbedoelde voorzieningen betreft, vernietiging van een besluit van een orgaan van de rechtspersoon of ontbinding van de rechtspersoon. Op grond van dit een en ander moet worden aangenomen dat de enquêteprocedure behoort tot het exclusieve domein van de overheidsrechter.”

Tegen deze beschikking is geen cassatie ingesteld.